Voordat je de fietskar aanschaft, meet eerst je hond nauwkeurig op: zowel de lengte van neus tot staartbasis als de schofthoogte en het gewicht. De binnenmaat van 67 x 43 x 50 cm en het maximale draaggewicht van 30 kg geven een duidelijk kader — sommige middelgrote rassen of twee honden tegelijk passen daar niet goed in. Als je hond aan de grote kant is, overweeg dan een grotere kar of vervoer in twee ritten.
Let op ventilatie en temperatuur: de kar is weerbestendig, maar kan bij hoge temperaturen warm worden. Voor warme dagen kun je een lichtgewicht koelmat, een handventilator of regelmatig pauzeren en water aanbieden meenemen. Zorg dat je hond altijd comfortabel kan gaan liggen en zich omrollen als dat nodig is. Gebruik een goede hondengordel of tuigje en geen halsband om te voorkomen dat trekken of een plotselinge stop tot nekbelasting leidt; bevestig de verstelbare veiligheidslijn aan het tuigje.
Controleer het wiel en de bandenspanning regelmatig: luchtbanden geven comfort, maar hebben onderhoud nodig. Controleer voor elke rit de bevestiging aan de fiets en zorg dat het koppelingsmechanisme vrij beweegt en niet slordig is gemonteerd. Voor avondritten raden we extra verlichting aan naast de reflectoren, bijvoorbeeld een achterlicht aan de kar of een led-strip aan de zijkant, om je zichtbaarheid te vergroten. Houd ook rekening met terrein: voor gemengd asfalt en gravel is deze kar prima; voor zeer ruig terrein is een model met vering en sterkere demping aan te raden.
Tot slot: oefen korte proefritten met je hond voordat je lange tochten maakt. Laat je hond wennen aan het in- en uitstappen, aan het geluid en aan het gevoel van rijden. Dit vermindert stress en maakt het plezieriger voor zowel huisdier als eigenaar.